Reisverslag: Oderdelta, Drawa, Slonsk, 9-daagse vogelreis

Auteur: Lieke en Hans van Loenhout (04-05-2007)
Reis: Natuurspecial Noordwest Polen: Oderdelta, Notec Vallei, Slonsk, 9 dagen

(Deze reis wijkt iets af van de standaard reis. De Notec-vallei en het Drawa Nationaal park zijn aan het programma toegevoegd. Toendertijd werd deze reis nog onder auspiciën van Stichting Wólka uitgevoerd.)

Met enige schroom schrijven wij ons in voor de vogelreis naar Polen. Over deze door Dobry Den en de stichting Wólka georganiseerde reis hadden wij gelezen in het blaadje van de Sovon.

Voorzichtigheidshalve informeren wij bij Dobry Den of dit een reis is voor pure liefhebbers. Nee, zeiden ze daar, die zitten er wel bij, doch vaak gingen die voor een bepaalde vogel. Je hoefde je daar niet zoveel van aan te trekken. Die bleven dan wat achter en zelf kon je gewoon doorlopen. Dat zit dus wel goed dachten we. Na de reissom te hebben gestort op de rekening van het reisbureau krijgen we de spulletjes thuis gestuurd. We moeten in ieder geval laarzen en gympjes meenemen, want het kan wel eens nat worden. Het meenemen van pantoffels geeft een huiselijk en geruststellend tintje aan het uitrustingenlijstje.

Op zaterdag 21 april staan wij op station Deventer met toch nog teveel bagage. Geleidelijk aan druppelen de andere deelnemers binnen. Acht totaal. Twee deelnemers zouden met eigen vervoer reizen. Behoedzaam snuffelen wij aan elkaar om te weten wat voor vlees we in de kuip hebben. Na de terugreis van Deventer naar onze woonplaats te hebben geregeld vertrekken wij per Eurocity naar Stettin. Onderweg wordt al gauw duidelijk dat wij met een aantal zeer bevlogenen te maken hebben. Mijn buurman, Jan geheten en weldra Jonge Jan gedoopt, ontpopt zich al snel als een geanimeerd verteller. Zijn werkzaamheden hebben raakvlakken met het werk dat ik ooit heb gedaan. Onze gezamenlijke sores over het wel en wee van de ruimtelijke ordening in relatie met het natuurbeheer schept een zekere band. Al spoedig blijkt dat deze Jan een enorme liefhebber is die zelfs kans ziet om, al pratend, over zijn schouder vogels te spotten. Hoe dichter bij de grens met Polen des temeer Rode Wouwen en Reeën worden waargenomen. Dat belooft wat. Mijn vrouw Lieke wordt inmiddels door een van onze begeleiders, Jan Hulscher (bioloog/ecoloog), bijgepraat over het wel en wee van het vogelleven in de ruimste zin van het woord. Gezellig koutend sporen wij naar Polen en zijn voor we het weten in Stettin.
Op het station van Stettin staan Adam, onze chauffeur met let wel een busje voor de hele week, Dorota, onze Poolse vogelspecialist en helpende hand in voorkomende gevallen alsmede Rikus (zoon van Jan en Marian) van stichting Wólka ons op te wachten. Wij worden snel door Rikus op de hoogte gesteld van het programma voor de komende dagen. Snel de bagage ingeladen en op weg naar Stepnica e.o. waar wij worden ondergebracht “bij de Italiaan” en Janusz Lewandowski. Dat wil zeggen: een groep slaapt op het ene adres en een tweede groep op het andere. Het eetgebeuren is verdeeld over beide adressen. De eerste avond en ochtend is dat bij Janusz en zijn vrouw. Beiden hebben zich uitgesloofd om ons een heerlijke en voedzame maaltijd te bereiden. Een biertje en wijntje vooraf en de stemming zit er meteen al goed in. Jan H. en zijn inmiddels gearriveerde broer Wim (en zijn vrouw Paula) trakteren ons vooraf op zang en mondorgelmuziek. Aan tafel wisselen de “bons mots” en sterke verhalen elkaar af. Er wordt stevig opgeschept over flora en fauna die al dan niet is gespot onderweg. De volgende ochtend blijkt dat het die nacht heeft gevroren. De ochtendgeuren en geluiden roepen bij mij herinneringen op aan lang vervlogen tijden. Na het ontbijt fluks de bus in en op weg naar de Zeearenden in de Oderdelta (een haf in de buurt van de Oostzee).


Zondag 22 april

Twee vissers zullen ons in de buurt van de vogels brengen. Ondanks het zonnetje toch nog tamelijk fris op het water. Onderweg naar de hot spots zien we al een paar Zeearenden voorbij zeilen. Prachtig! In de buurt van de bosschages waar deze vogels broeden wordt vaart geminderd en vis uitgeworpen. Na enige ogenblikken maakt zich van de oever een vogel los om poolshoogte te nemen. Als de meeuwen even niet kijken pakt hij met een klauw een vis uit het water en vliegt schielijk terug. Het mooiste moment op de terugweg is als een van de Zeearenden van grote hoogte in cirkels naar beneden afdaalt om een vis te pakken. De roofvogel wordt met een warm applaus beloond voor zijn prestatie. Onderweg naar onze volgende stop, een met behulp van Nederlandse organisaties aangekocht natuurgebied bij Czarnocin, wordt diverse keren gestopt. Op de kreet “Stój!” (Lieke denkt in het begin dat het hier om een vogel gaat!) houdt Adam ogenblikkelijk stil, opdat het gespotte dier kan worden geobserveerd. We zullen ontdekken dat dit woord een gevleugelde uitroep wordt in de komende dagen. In Czarnocin krijgen we een voorproefje van de rijkdom van de Poolse natuur. Een schijnbaar eindeloze rietvegetatie dat vanaf een dijkje kan worden bewonderd. In het riet talloze zangertjes. Langs de oever van het haf de Grote Zilverreiger en diverse eendensoorten. Ook treffen we hier het toilet van de Wasbeerhond aan. Een hoop grijswitte keutels.


Maandag 23 april

De derde dag gaan we met Bartek, boswachter en vriend van Dorota, minder bekende vogelgebieden in en rond het Poolse deel van de Oderdelta bezoeken. Gympjes of regenlaarzen aan, want het kan wel eens nat worden. Nou dat klopt! Soppend en zuigend bewegen we ons moeizaam door een moerassig veengebied, waar wilde varkens hebben huisgehouden. Een stel fanatiekelingen gaat nog verder de nattigheid in om de Blauwborst te vinden. Wie zag hem het eerst? Jonge Jan of Egge? Wij weten het niet. De Waterrietzanger laat zich niet horen, helaas. Daarna weer naar ons onderkomen, alwaar wij ons tegoed doen aan een Pools/Italiaanse maaltijd.

Dinsdag 24 april

De volgende morgen, na het ontbijt, zullen we enkele gebieden in en rond de Oderdelta bezoeken. Rond de middag zetten wij koers naar het Drawa Nationaal Park. Marian Hulscher (bioloog/ecoloog) legt ons op boeiende wijze uit hoe het gebied in de ijstijden is gevormd. Twee snelstromende beken hebben in dit gebied diepe dalen uitgesleten. Wij zullen hier gevarieerd loofbos aantreffen; op de hoger gelegen delen een gevarieerd bos van naald- en loofhout. Tijdens de wandeling zal Marinus Brijker (zoöloog) een groepje niet ingewijden helpen bij het herkennen van de verschillende vogeldeunen.
Aan het eind van de dag komen we aan op de boerderij van Anna en Piotr Paluskiewicz. Beiden runnen de boerderij op biologische wijze. In een apart logeergebouw is een aantal kamers gesitueerd, waarin wij ons installeren. Lieke en schrijver dezes zitten op een keurige tweepersoonskamer met douche en WC. De broers Hulscher en echtgenoten delen een andere kamer. Joke van der Boon en Tineke Kappen hebben eveneens een tweepersoonskamer. Jonge Jan, Egge en Marinus delen een ander. Na ons te hebben opgefrist drinken we nog een biertje buiten en gaan dan naar de eetkamer van de boerderij voor het nuttigen van een heerlijk avondmaal. Voortreffelijk wat Anna en Piotr geholpen door hun kinderen op tafel zetten!


Woensdag 25 april

De volgende dag zullen we het Drawa Nationaal Park bezoeken. We gaan wandelen langs het Ostrowieckiemeer. In het meer bevindt zich een tweetal eilanden, waarop zich Zee- en Visarenden bevinden. Op de eilanden heeft zich een Aalscholverkolonie gevestigd. Tevens zijn er Brilduikers en Grote Zaagbekken gesignaleerd. In de moeilijk toegankelijke hoogvenen zitten Kraanvogels. Uit onze streeplijst blijkt dat de folder van Wólka niet teveel heeft beloofd. Her en der zijn de Bevers flink te keer gegaan. Dikke en dunnen bomen zijn omgeknaagd en blokkeren een goede doorstroming van de watergangen. In de beboste beekdalen kunnen we Grote Gele Kwikstaart, Witgatje, IJsvogel, Brilduiker en Grote Zaagbek tegenkomen. In de bossen op de hogere delen zien en horen we) verschillende Spechtensoorten, Mezen, Kleine-, Grauwe- en Bonte Vliegenvanger, Goudhaantje, Fluiter en Gekraagde Roodstaart. De kanotocht waar iedereen zich in stilte op had verheugd kan gezien de tijd van het jaar niet doorgaan. ‘s Avonds weer copieus gedineerd bij Anna en Piotr.


Donderdag 26 april

De volgende morgen worden wij door Jan Hulscher getrakteerd op ochtendzang. Zelfs de grootste slaper moet het afleggen tegen deze begaafde wekker. Dus fluks het bed uit en naar de ontbijttafel. Deze dag zullen wij doorbrengen in het landelijk gebied in de buurt van de boerderij aan de rand van het stroomgebied van de Nortec. De uiterwaarden zijn zanderig en veenachtig en zijn door het ontbreken van afwateringssloten het gehele jaar vochtig. Direct langs de rivier weilanden en rietlanden afgewisseld door bossen van Elzen en Wilgen. Vogels als Kraanvogel, Grauwe Kiekendief, Hop, Paapje en weidevogels als Tureluur, Wulp en Watersnip hebben hier hun woongebied. Leuk was het dat de Buidelmees die ons is beloofd in de folder ook daadwerkelijk te bezichtigen was. Prachtig dat kogelronde nest! Volgens Marian droegen de inheemsen de nesten (uiteraard na het uitvliegen van de Mezen) in vroeger dagen soms als pantoffels. Bij thuiskomst op de boerderij blijkt dat Anna en Piotr zich hebben uitgesloofd om ons een verrassing te bezorgen. We mogen niet naar binnen, doch moeten blijven zitten aan de buiten opgestelde picknicktafels en banken. Het kampvuur wordt hoog opgestookt en even later rijdt het echtpaar Paluszkiewicz het erf op. In de auto hebben zij een complete maaltijd bestaande uit forellen in zilverpapier gebakken, groente, aardappelen en een koolgerecht. Heerlijk!


Vrijdag 27 april

De volgende morgen vertrekken we naar Slonsk voor wat voor mij het mooiste gedeelte van de vogelexcursie zal zijn. De Wartavallei met zijn extensieve en vogelvriendelijke, kleinschalige landbouw ligt in de winter onderwater. Het nu deels droog gevallen gebied met uitgestrekte moerassige gebieden is een waar vogelparadijs. Het gebied dient als overstort van overtollig water elders en heeft inmiddels de status nationaal park (Nationale Park Ujscie Warty). Ongeveer 245 vogelsoorten zijn er waargenomen. Daar kunnen onze beleidsmakers en politici van CDA-huize die zichzelf zien als beheerders van Het Aards Erfgoed hier te lande nog een voorbeeld aan nemen! Is het overdag al een weelde, in de vroege ochtend is het een ware kakofonie van vogelgeluiden vertellen ons, Jonge Jan, Egge, Marinus en Rikus later. Aan het eind van de dag worden wij ontvangen in hotel Dom Turysti in Kostrzyn n. Odra. In genoemd hotel zullen wij twee nachten verblijven.


Zaterdag 28 april

Onze laatste excursiedag zullen wij door brengen langs de Warta. De zuidelijke dijk langs de rivier is een biotoop op zichzelf. Langs de dijk rietkragen en Wilgen- en Elzenbosjes. Langs de rivier moerassige gebieden met een keur aan vogelsoorten die tot deze biotoop behoren. Ooievaar, Grauwe Gans, Krakeend, Wintertaling, Zomertaling, Slobeend en Tafeleend. Roofvogels als Rode Wouw, Zeearend en Havik. Verder de soorten van de rietkragen en bosschages langs de dijken, zoals Sprinkhaanzanger, Snor, Rietzanger, Kleine- en Grote Karekiet. Een tocht langs de andere kant van de rivier wordt in verband met de slechte berijdbaarheid afgeblazen.


Zondag 29 april

De volgende ochtend nemen wij afscheid van Rikus, Adam, Dorota, Wim en Paula en stappen op de trein naar huis. In Berlijn-Lichtenberg moeten we overstappen voor onze aansluiting naar Nederland. Na een voorspoedige reis gaan wij uit elkaar. Een zeer geslaagde excursie laat dat duidelijk zijn. We willen Stichting Wólka en Dobry Den daarom bedanken voor de goede organisatie en leiding van deze reis.

En tot slot nog even dit:

Een kranige Kraan, liep van het Poolse
Ietsie naar Pietsie, met in zijn bek Bram de Braam
Die had van het sluipen, een stekel in zijn dij opgedaan.
In Pietsie aangekomen, zei dr O.I. Vaar:
Da’s niet zo best; hier is een zalfje.
Een week niet sluipen, dan is het zo weer klaar.
Terug naar Ietsie, zei de Kraan. Je wordt mij tot last,
Bram, ik eet je maar op. Dan is het maar gedaan.
Doe niet zo flauw, Kraan, een stukje nog.
Zet mij af bij meester Putter. Dan krijg je van mij een banaan.
Wat denk je wel. Ik ben geen Wouwaap.
Nog zo’n voorstel en ik eet je nu al op.
Ik zet je neer bij die waterwel. Goed, zei Braam.
Doe dan iets nuttigs voor de maatschappij
En eet die Tapuit op. Zo gezegd, zo gedaan.
Vanaf die dag is Kraan daarom bekend als Tap-uit-Kraan.

En Bram? Die genas Vliegensvlug

Bennekom, 4 mei 2007

Lieke en Hans van Loenhout

Dit artikel is geplaatst in Blog, Blog Reizen, Blog Vogelreizen, Trip reviews en getagged met , , , , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.