Reisverslag: Vogelreis Biebrzamoerassen en Bialowieza, 2001

Auteur: Bert Hoeve, Jolande van Kalleveen en Marion Hoeve-de Meijer (Mei 2001)
Reis: Dé vogelreis: Biebrzamoerassen en oerbos van Bialowieza, groepsreis, 10 dagen

Reisverslagen Biebrzamoerassen, vogelreis

Biebrzamoerassen, vogelreis

Datum: van 27 april 2001 t/m 6 mei 2001

Dag 1 – vrijdag 27 april
18:45 Kennismaking met de groep en de reisleider, Remco Ivens, op het station Deventer. De treinreis loopt vertraging op door een stremming voor Hannover. Een wagon of truck met propaan moet van de rails getakeld. Gelukkig loopt onze slaaptrein van Keulen naar Warschau, waarop we moeten overstappen, dezelfde vertraging op. Informatie op station Hannover is niet te krijgen. Alles is in de war. Toevallig zien we deze trein tijdig op een perron staan. Met een spurt de trappen op, belanden we nog op tijd in onze slaapcoupé’s. De nacht verloopt zoals het moet, inclusief de paspoortcontrole. Nergens wordt gecontroleerd of ontsmet i.v.m. MKZ!

Dag 2 – zaterdag 28 april
Het is zonnig. Dat zal het de hele week blijven.

We ontmoeten onze poolse gids, Kuba Kotański, op station Warschau-Oost waar we snel overstappen op de volle trein naar Białowystok. Hier is even tijd om geld op te nemen en te wisselen en een paar inkopen te doen op het marktje tegenover het station. Bij een supermarkt worden voor de zekerheid flessen drinkwater voor de eerste twee dagen gekocht. Dan met de bus, die ons (inclusief chauffeur) de hele week ter beschikking staat, naar Kuligi.

We stoppen bij Osowiec langs de weg en beklimmen de hoge vogelkijkhut in typisch Poolse stijl. Even een voorproefje van wat ons te wachten staat.

Vogels
Vanuit de trein zijn we al aan het vogelen: Houtduif, Zwarte Kraai, Turkse Tortel, Buizerd, Huismus, Spreeuw, Koolmees, Zwarte Roodstaart, Veldleeuwerik, Tapuit, Kauw, Ooievaar, Bonte Kraai, Fazant, Ekster, Bruine Kiekendief, Blauwe Kiekendief, Knobbelzwaan, Tureluur, Kievit, Wilde Eend, Grauwe Gors, Kramsvogel, Vink, Roek, Kokmeeuw, Blauwe Reiger, Fitis, Vlaamse Gaai

Nabij Kuligi komen we al gauw veel meer vliegende en zingende vrienden tegen: Tjiftjaf, Boerenzwaluw, Zwartkop, Braamsluiper, Geelgors, Witte Kwikstaart, Snor, Kneu, Fuut, Kuifeend, Meerkoet, Aalscholver, Pimpelmees, Kemphaan, Paap.

De bus wordt zo ongeveer binnenstebuiten gekeerd bij de aanblik van de eerste 12 Kraanvogels, nog onbekend met het feit, dat we ze iedere dag zullen tegenkomen.

Planten
Vanuit de bus zijn de Sleedoorn en Pruim-soorten nadrukkelijk aanwezig. Het wit van hun bloesem wordt weerkaatst door de felle zon. In het grasland en vochtige bosjes staan Dotters uitbundig te bloeien. Daar vinden we ook de Bosanemoon en de Klaverzuring. De Esdoorn staat vol in bloei.

Dag 3 – zondag 29 april
In Kuligi overnachten we in een nieuw huis op het terrein van de boer. Ooievaars zijn op hoge paalnesten op bijna ieder erf te vinden, zo ook op “ons” erf.

De vroegelingen onder ons gaan al voor dag en dauw op zoek naar Korhoenders.

Czerwone Bagno
Vandaag maken we een lange wandeling door Czerwone Bagno, het ’rode moeras’. Het eerste gedeelte is het natste. Toch komt het water niet verder dan onze knieën. Dit is de eerste en meteen ook de laatste plek die we deze week doorwaden. Dit jaar staat de rivier niet hoog.

Het landschap is afwisselend: moerassige velden, duinen, bossen.

Op het zoute zweet op Bert z’n hand neemt een Rouwmantel plaats, prachtig zwart met een witte rand langs de vleugels. We passeren een grote groep berken volhangend met Mist’letoe of Maretak. Opvallend hoe vaak we dat nog tegen komen.

Vogels
Vanuit ons bed horen we Graspieper, Rietgors, Koekoek, Merel, Gruttto, Wielewaal, Ringmus, Grote Lijster, Hop; tijdens de wandeling volgen nog Roodborst, Fluiter, Zanglijster, Boompieper, Matkop, Klapekster, Gele Kwikstaart, Grote Zaagbek, Groene Specht, Watersnip, Winterkoning, Zwarte Specht, Blauwborst, Tuinfluiter, Schreeuwarend, Rietzanger, Zwarte Mees, Noordse Nachtegaal.

De (zang van de) Noordse Nachtegaal zullen we deze week overal tegenkomen. De Hop laat zich wegjagen. Vanaf een grote uitkijktoren zien we, in het wijdse Biebrza-dal, Elanden en Kraanvogels.

Aan het eind van een lang vlonderpad halverwege de terugweg zien Marian en Marion Zwarte Ooievaars.

Planten
Via de Zegge-velden en Blauwgraslanden komen we op de droge zandduinen. Hier vinden we Sedum-soorten als Muurpeper en Vetkruid(nb) (nb = niet bloeiend).

Tevens (nb): Teunisbloem, Zilverschoon, Koningskaars, Kruiskruid, soorten Wolfsmelk, Helmkruid, Ganzerik, Hondstong, Ossetong, Parelzaad, Duizendblad, Reigersbek.

Bloeiend: Knikkend Nagelkruid, een soort Droogbloem, Akkerviooltje, Herderstasje, Vroegeling.

Aan de waterkant staat(nb):

Wolfspoot, Grote Boterbloem, Wateraardbei, Gele Lis en natuurlijk de bloeiende Dotter en Trollius.

In de bermen vinden we (nb):

Valeriaan, Brunel, Klein Hoefblad (uitgebloeid), Moerasspirea, Poelruit, Scherpe Boterbloem, Stinkende Gouwe, Fluitekruid. Wel bloeit: Speenkruid en Pinksterbloem.

Als we in het bos komen wordt het feest compleet.

Hier zien we de niet bloeiende soorten:

Rode Bosbes, Wolfsklauw, Eenbes, Lelietje van Dalen, Kransbladsalomonszegel, Bosaardbei, Zevenblad, Gele Dovenetel, een soort Ooievaarsbek, Bosbes, Hop, Zwarte Bes, Framboos, Leverkruid, Keverorchis, Vrouwenmantel en Jacobsladder.

Maar gelukkig bloeit er al veel zoals:

Gulden Boterbloem, Gele Anemoon, Hondsdraf, Zenegroen, Wildemanskruid, Longkruid, Bosviool, Paarse Dovenetel, Verspreidbladig Goudveil, Overblijvend Bingelkruid, Lieve Vrouwe Bedstro, Look Zonder Look, Voorjaarshelmbloem, Boslathyrus, Leverbloempje, Hoornbloem, Mansoor, Bosanemoon, Schubwortel en Salomonszegel.

Dag 4 – maandag 30 april
Vandaag gaan de vroege (en fanatiekste?) vogelaars op Korhoenderjacht. Zij worden daarbij op verboden terrein betrapt door twee strenge parkwachtsters in een klein autootje die hen, zeer terecht overigens, wijzen op de rij kleine verbodsbordjes die vóór het bruggetje opgesteld staan. De Korhoenders horen ze op afstand. Ook kunnen ze aan de hand van het sporenboek van Tjitske de afdruk van een wolvepoot determineren.

Kanotochtje over de Jegrznia. Naar Gugny.

Na het ontbijt maken we een kanotocht over het meanderende riviertje de Jegrznia.

Langzaam met de stroom mee genieten we van de rust. Hier en daar een huis, een boerderij, glooiende oevers die overgaan in akkers en weiden, een houten bruggetje dat op een oor hangt. Verder het moeras in rijst het riet manshoog aan beide kanten van de kano’s.

Vogels
Kleine Karekiet, Grote Karekiet, Raaf, Boomleeuwerik, Pestvogel (2, bij het instappen van de kano’s), Grote Bonte Specht, Bosrietzanger, Sperwer, Kolgans, Wulp, Schreeuwarend (4, waarvan 1 in baltsvlucht boven ons hoofd). In de middag vertrekken we met onze bus richting Gugny. We passeren de Biebrza bij Dolistowo Str. en Goniadz en treffen tijdens de wandelingen: Oeverloper, Huiszwaluw, Zomertaling, Boomvalk, Oeverzwaluw, Putter, Patrijs, Zwarte Stern, Witvleugelstern, Witgatje, Groenpootruiter, Visdief, Bosruiter. Opvallend is de grotere dichtheid van de weidevogelsoorten in de meer bewoonde streken.

Planten
Dicht bij de rivier zien we de boom Vleugelnoot met z’n prachtige stam.

De avondmaaltijd buiten, onder een afdak, is overdadig. Wat hebben die mensen zich voor ons uitgesloofd. Sommigen van ons laten de volgende dag bij vertrek wat waardevolle spullen achter.

Tegen de schemering bekijken we met nog honderd anderen vanaf een wankele uitkijkpost bij Barwik de Poelsnippen. Het is een hele kunst om ze te vinden tussen de ongelijke graspollen, maar onmiskenbaar met die rare klok-geluiden. Andere waarnemingen: Grauwe gans, Houtsnip.

Dag 5 – dinsdag 1 mei
Met de bus naar Osowiec. Op ons dooie gemak wandelen wij zonder natte voeten te krijgen over comfortabele plankieren van het Biebrzański Park Narodowy. In de nabijheid ligt een uitgebreide fortificatie met loopgraven en schuttersputjes.

Vogels
De Buidelmees is druk in de weer met z’n nestje, hangend aan een Schietwilg, pal naast het plankier. De fotografen onder ons draaien overuren. In de verte cirkelen zo’n 40 Ooievaars in een thermiekbel. De Kuifmees wordt gehoord in de toppen van dennen nabij het hoofdkantoor van het Biebrzański Park Narodowy. In de kiosk kopen we alvast een vogelboek voor Remco als bedankje voor zijn energieke inzet als begeleider.

Planten
Bij de rivier bloeit de Waterranonkel.

Op weg naar onze volgende overnachtingsplaatsen in Taraskowo, nabij Wizna, passeren we een uitkijktoren (gebied Bagno Lawki), lunchen we onder een brug bij Strekowa Góra en maken we een lange wandeling langs de zuidoever van de Narew. Het eindpunt is de brug bij Wizna met café!! Daar is een enkel boek, landkaart, poster en ansichtkaart te koop, als er niet net een groep langs geweest is!

Enkelen wandelen niet mee, maar gaan met de bus naar een uitkijkpunt met een monument voor de slachtoffers van de laatste wereldoorlog over de weg bij Kurdiki.

Wanneer we de hoge wal beklommen hebben strekt tot ver achter de horizon het hele moerasgebied van de Narew en, verder weg, de Biebrza zich voor ons uit. Aan onze voeten liggen de veelal houten huizen en boerderijen met golfplatendaken net hoog genoeg tegen de helling om ’s winters bij hoge waterstand droog te blijven. We treffen hier een aantal vlinders van de Koninginnepage.

Een uur later brengt de bus ons bij de brug. Langs de oever vinden we verschillende soorten waterslakkenhorentjes. Daar treffen de wandelaars ons na een paar uur. ’sAvonds genieten we achter de boerderij van ons gastgezin bij een kampvuurtje van de stilte en de enkele geluiden van deze buurtschap. Een geluid langs de waterrand kunnen we niet thuisbrengen. Wat is dit voor beest? Zonder zaklamp kunnen we niets zien. Het is er aardedonker. Morgen maar op onderzoek.

Nieuwe Vogels:

Grauwe Kiekendief, Torenvalk, Dwergstern, Witwangstern, Waterhoen

Dag 6 – woensdag 2 mei
Na een paar inkopen in Wizna (fotorolletjes) wandelen we, met de zon achter, vanaf de brug het grootste gedeelte van de dag langs de westoever van de Biebrza, in noordelijke richting, naar Burzyn.

Prachtige vergezichten over rietvelden en meanderende waterlopen. Remco vindt een prachtig mannetje zandhagedis. We komen door, in onze ogen, idyllische gehuchtjes. Blaffende waakhonden kondigen ons aan. We groeten de bewoner en dan een groet terug, stoffige zandpaden en degelijk gelegde keibestrating vinden we op onze weg. Electriciteitsdraden hangen van oude houten- of nieuwe betonpalen tussen de huizen en langs de weg. Ideale plaatsen voor veel vogels om even uit te rusten of de omgeving af te zoeken naar prooi en voor ons om weer een nieuwe soort te ontdekken. (Waar zijn ze gebleven in ons land?!)

In Burzyn belt Kuba de buschauffeur en worden we opgehaald.

Vogels
Grasmus, Slobeend, Dwergmeeuw, Zeearend (in de verte, achtervolgd door kraaiachtigen), Aalscholver, Ortolaan, Krakeend, Zwarte Ooievaar, Europese Kanarie. In een Populier naast de weg huist een Zwarte Specht. Hij laat zich door menselijke klopgeluiden tegen de stam uit zijn tent lokken.

Planten
Onderweg tijdens de wandeling zien we Huttentut en Barbarakruid.

Dag 7 – donderdag 3 mei
Vandaag brengt de bus ons via een omweg naar Białowieza. De chauffeur kent z’n pappenheimers en stopt prompt bij ieder vogelalarm. Na enig democratisch vooroverleg is er gelegenheid om even rond te kijken in Tykocin, waar de nationale feestdag, de Kleine Constitutie, dag van de democratie, gevierd wordt met een parade. Helaas is de synagoge op dat moment gesloten. De volgende stop is bij de visvijvers van Białystok. Niet alleen vogels komen we hier tegen. Koos plonst in het ondiepe water rond en komt er uit met een Vuurbuiksalamander.

Vogels
Tafeleend, Roodhalsfuut, Geoorde Fuut, Stormmeeuw, Roerdomp (gehoord). En in redelijk grote getale (ze zijn al eerder waargenomen bij de brug van Wizna, maar niet door iedereen): Witvleugelstern, Zwarte stern, Witwangstern. In het Siemianówka Reservoir komen we de Zilvermeeuw en de Kleine Plevier tegen. Maar ook weer de Bosruiter en de Kemphaan. Na aankomst in Białowieza ontmoeten we diezelfde avond nog de Grauwe Vliegenvanger en de Bosuil. Rond ons pension zingt voortdurend de Europese Kanarie.

Dag 8 – vrijdag 4 mei
Vroeg uit de veren om met een parkwachter het oerbos in te gaan. Hier ligt voor het eerst een ontsmettingsmat tegen M.K.Z.-besmetting. Niemand die ons daar op wijst! Leeft het probleem hier eigenlijk wel?

De parkwachter hoort onze wensen aan, waardoor er weer een arsenaal aan nieuwe vogelsoorten kan worden genoteerd. Veel vogelnamen en bijna alle bomennamen weet hij ook in het nederlands te zeggen. Er zit nog weinig blad aan de bomen waardoor de vogels goed te ontdekken zijn.

Vogels
Wielewaal (eerder deze week gehoord, nu duidelijk te zien), Boomklever, Bonte Vliegenvanger, Appelvink, Grijskopspecht, Staartmees, Withalsvliegenvanger, Kleine Vliegenvanger, Glanskop, Middelste Bonte Specht, Drieteenspecht, Witrugspecht.

Planten
In het oerbos komen we weer veel soorten tegen, die we op dag 3 in het bos al gezien hadden. Het struikje Peperboompje was uitgebloeid en de Cardamine Bulbivera (een Veldkers) bloeide bijna. En eindelijk vinden we de Sleutelbloem. Prachtig, de Klaverzuring tussen het Mos op de omgevallen stammen.

De vrije middag gebruiken we fietsen van de plaatselijke fietsenverhuurder. Een eind buiten het dorp bezoekt een aantal de dierentuin om de Wisent te zien. Tijdens de excursie in het oerbos kom je ze niet tegen. Met wat geluk vinden we eindelijk de Grauwe Klauwier en horen we de eerste Kwartelkoning.

Dag 9 – zaterdag 5 mei
Vertrek uit Białowieza, naar Białystok. Na de treinreis zijn we ’s middags in Warszawa/ Warschau. Onze bagage gaat achter slot en grendel bij het bagagedepot op het station. Een plaatselijke vogelaar fungeert een paar uurtjes als gids. Hij weet te melden, dat op drie plaatsen in de stad Slechtvalken broeden o.a. op het dak van het station. Die hebben we deze week niet gezien! De enige nieuwe soort die we mogen noteren is de Gierzwaluw.

In de Botanische Tuin van de Universiteit van Warszawa vinden we vele inheemse plantensoorten weer terug.

De oude binnenstad is een bezienswaardigheid. In 1945 was 90% plat gebombardeerd. Alles is zo authentiek mogelijk weer opgebouwd. Op deze zaterdagmiddag is het er druk. Niet alleen van de toeristen. Zaterdags wordt in Polen getrouwd. Tijdens ons diner hebben we uitzicht op één van de kerken waarvoor zich de gasten van een bruiloft verzamelen. Het bruidspaar verschijnt in een Kever met bloemetjesjurk!

Bijtijds wandelen we langs allerlei bezienswaardigheden, waaronder de laatste echte oude straten van het Joodse Getto (totaal onbewoonbaar, klaar voor de sloop of toch nog te renoveren, als monument?) richting station. Rond het station staan torenhoge kantoorflats, de meeste getooid met banknamen uit de rijke westerse wereld: Warschau financieel middelpunt van Polen. Veelbelovend, maar ook voor de gewone Polen? Kunnen straks, als Polen bij de EG zal komen, de boeren rekenen op genoeg hulp? En als we onvoldoende hulp geven, hoe komt het dan met het behoud van die prachtige gebieden die wij zo graag bezoeken?

De zon begint te zakken. Wij gaan met de nachttrein straks naar huis. De Coca-Cola-flat roept ons ordinair ‘Proost’ achterna.

Planten
Vanuit de trein zag ik de Cypreswolfsmelk en de Prunussoorten, die op hun retour waren. De andere fruitbomen stonden op uitkomen. Ook voor de volgende groep dus genieten.

Dit artikel is geplaatst in Blog, Blog Biebrzamoerassen, Blog Oerbos van Bialowieza, Blog Reizen, Blog Vogelreizen, Trip reviews en getagged met , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.